Column Ibizagirl 28-07-2012

28 juli 2012 Redactie 281

spertiVoor je het weet is het al weer zaterdag. Jeetje wat vliegt de tijd. Gelukkig begint je zaterdag met de geletterde verwennerij van Ibizagirl, onze wekelijkse columniste van Ibizavandaag.

Foef

Douchen is een van de vele, elke keer terugkerende, ergerlijke klussen die mij worden opgedrongen. Ik heb er een hekel aan. Het liefst loop ik een week lang meurend door het pand, ongewassen, met vieze haren, zonder make-up. Mijn partner is zijn reukvermogen toch al jaren kwijt.
Het doucheritueel wordt steeds zwaarder. De confrontatie steeds groter. De strijd tussen de zwaartekracht en tieten/kont is al tijden in het voordeel van de eerste beslecht. En tóch zeikerig nog even door blijven trekken. De stadswallen onder de ogen zijn zelfs met een hele tube Sperti niet meer weg te krimpen. (is een beauty-tipje van Patricia Paay, heb ik me laten vertellen) De vale, geelgrijze, je-bent-al-dood-maar-je-weet-het-zelf-nog-niet-kleur van je huid maakt, dat je een zwarte doek over de spiegel wilt hangen.
Het douchen zelf valt wel mee. Dat kan nog wel lekker zijn, zo´n douchekop met harde straal. (Ja, dames!) En het afdrogen is ook een prettig ritueel. De handdoek in de lengte voor je houden en eerst je gezicht afdrogen. Dan de handdoek heel langzaam over je hoofd naar achteren trekken alsof je een cadeautje dat nooit ingepakt had hoeven te worden, langzaam aan het uitpakken bent. Iemand moet het doen.
Daarna je gehele klamme lijf insmeren met baby olie. Een absolute must-tip van Babette Kremer, je weet wel, de vrouw van. Die is al 108 en nog steeds beeldig. Van de babyolie.
Bij mij werkt het niet.
Ik zie eruit of ik net gefrituurd ben, en mag van mijn man nergens gaan zitten en al helemaal niet, op straffe van een afschuwelijke marteldood, zijn fluf-badjas aantrekken.

Dan moet de douchecel nog gekuist worden. De shampoo weer bij de shampoo en de crèmespoeling, waar ik al met grote viltstiftletters “crèmespoeling” met 3 uitroeptekens op heb gezet, bij de crèmespoeling. Anders gebeuren er ongelukken, want behalve mijn lief zijn reukvermogen, neemt zijn gezichtsvermogen ook af met rappe schreden.
“Wat is dit, verdomme!” schreeuwt hij, wanneer hij weer eens het verkeerde goedje in zijn haar heeft gesmeerd. Mijn gehoor is heeft op dat moment ook opeens een dipje op 10.000 hertz.

Het kuisen -ik ben geen Belg, maar ik vind het een fantastisch woord- van de douchecel gaat ook gepaard met het schoonmaken van de glaswand met een trekkertje. Omdat Hij zichzelf dan, door de glaswand heen, in de spiegel kan bewonderen. Hij zou er beter aan doen de douchewand lekker mistig matglas te laten.
Maar ach, wie ben ik.

En hoe schoon wordt je nu eigenlijk van dat douchen? Ok, je doos ruikt vijf minuten lekker, maar dat neemt evenredig af met het aantal passen dat je na de douchebeurt neemt. Of je moet onmiddellijk wijdbeens, op het terras in de zon gaan zitten, dan blijft de foef (ook weer zo een heerlijk Belgisch woordje) iets langer fris.

Je haar zit ondanks verwoede föhnpogingen als een dweil, het duurt drie dagen voordat je er weer enigszins model in krijgt. Lekker stijf van het vuil, droogshampoo erin, handen er doorheen, een bus haarlak erop spuiten en je slaat toch weer een deuk in een pakje boter in de kroeg. Ik doe niks, ik flirt alleen een beetje. Mijn geliefde ziet het toch niet. Die heeft, in een uiting van totaal misplaatste ijdelheid, zijn bril thuisgelaten.

Nee, laat mij maar lekker vies. Beter voor het milieu. En voor mijn eigenwaarde. En voor mijn relatie.