Zaterdag column

16 juni 2012 Redactie 262

Iedere zaterdag een nieuwe column. Nieuwsgierig wie ze schrijft? Wij ook...

Zaterdag 16 juni 2012 kan worden bijgeschreven in de geschiedenisboeken, want dit is de eerste column op Ibizavandaag. Veel plezier!

Zoute Haring 
Ik woon in een warm land. Ik ga niet zeggen welk, want dan komen jullie allemaal langs.
Geloof me, het is heerlijk om in een warm land te wonen; ik geniet elke keer  dubbel en dwars wanneer ik in de winter met mijn kopje koffie en mijn sigaretje ´s ochtends op mijn terras zit, in de zon,,op mijn berg met adembenemend uitzicht over de zee en in de verte het eiland …(bliep ).
Ja daaaag, ik ga niet zeggen welk eiland, want dan weten jullie meteen waar ik woon, met alle gevolgen van dien. Want jullie zijn hondsbrutaal.

Toen mijn partner en ik nog in Nederland woonden, zei men tegen ons: “Hé, jullie hebben toch dat huis daar en daar, op die berg, in dat lekkere warme land? Daar kunnen wij zeker wel even twee weken van gebruik maken als jullie er toch niet zijn?” Echt waar. Dat durven mensen te zeggen.
Toen antwoordde ik, “Moet jij het komend weekend weg? Geef me de sleutel dan ga ik even lekker op jouw bank jouw koelkast leeg vreten, Ok? Hoe bedoel je: dat kan dat niet? Je bent toch zelf niet thuis?”
Dat zal ze leren!

Het is leuk om in een warm land te wonen omdat je dan niet in het koude, miezerige Nederland woont.
We hebben geen enkele behoefte terug te gaan naar Nederland, ook niet voor familie en vriendenbezoek. Die komen maar lekker hier.
Ja, die mogen wel komen, maar gedoceerd, hè? En nooit langer dan een week; zelfs dat is vaak te lang. Het cliché “visite en vis blijven drie dagen fris” ( of waren het nou twee dagen? Dat lijkt me aannemelijker….) is niet voor niets zo vreselijk waar.
Na twee dagen ben jij je vertrouwde plekje op de bank kwijt en, nog erger, de afstandsbediening.
Dan gaat het al kriebelen, of liever: krassen.
De derde dag heb je toch echt het gevoel dat je in de bediening zit; zij hebben immers vakantie?
Dag vier heb je al niet eens meer zin om te vragen of ze de handdoeken na gebruik niet op de grond willen gooien en of ze de ruitjes van de douche even met een trekkertje willen wissen omdat anders de volgende “badderaar” in een matglazen kooi staat, vanwege het kalkrijke water hier.
De wasmachine draait overuren, want dat ene slipje en dat ene behaatje moet zij toch echt vanavond weer aan. En we gaan toch niet met de hand wassen, want we zijn immers op vakantie?
Op dag vijf veins je niet lekker te zijn en blijf je de hele dag met een boek in bed, in de hoop dat ze opdonderen en een ritje over het eiland gaan maken (oeps, verraad ik toch een stukje) maar ja, ze hebben geen auto, want die had jij toch?
En je weet dat die vrouw geen rijbewijs heeft en die man als een testosteronbommetje rijdt, dus je auto uitlenen is ook geen optie.
Dag zes slaak je een berustende zucht, want morgen, morgen heb jij je huis weer terug!
“Dag! Dag! Ja hoor! Was heel gezellig!” “Moeten we vaker doen!” Dat laatste zeggen zij dan; wij houden wijselijk ons mond.

Nee, wij hoeven niet naar Nederland. Behalve wanneer er een heel belangrijke persoon dood gaat, dan moeten we wel. Of liever: één van ons tweeën moet dan. Daar kan behoorlijke bonje over ontstaan, over wie er dan gaat.
“Jij kende hem veel beter, dus jij moet gaan.” “Nee, jij, want die vrouw heeft meer aan jouw vrouwelijke steun dan aan mijn botte-boer mentaliteit”....Goh, da´s ook voor het eerst dat hij dat toegeeft….

Het is ook heerlijk om in een warm land te wonen en de Nederlandse TV zenders te kunnen ontvangen.
Dan kan je elke dag zien waarom je in dat warme land woont en niet meer in dat overgereguleerde, betuttelende en verregende land.
Het wordt alleen even vervelend wanneer ze in een programma als “Ik hou van Holland”, waar je als rechtgeaarde expat absoluut naar moet kijken om toch het “Ik-hou-toch-nog-wel-een-héél-klein-beetje-van-Holland” gevoel vast te houden, opeens schalen zoute haring, met uitjes en boerenbonte servetjes erbij, gaan ronddelen.
Mijn partner moet dan even de kamer uitlopen; hij kan dat niet aanzien.
Hier in ons warme land krijg je alleen haring te zien op Koninginnedag, wanneer een of ander Bobo deze heeft laten invliegen voor het feestje van de plaatselijke Oranjevereniging. Die haring ziet eruit alsof hij al gegeten is, dus nemen we alleen het bijgevoegde boerenbonte servetje mee naar huis. En het oranje vlaggetje uit de uitgedroogde leverworst.  Uit nostalgie.